Plaatselijke regeling 2017

 

 

 

 

 

 

 

PLAATSELIJKE REGELING

 

 

 

 

 

VAN DE GEREFORMEERDE KERK

 

HOLLANDSCHEVELD NIEUWLANDE-GEESBRUG

 

 

 

TE

 

                                                     

 

HOLLANDSCHEVELD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inhoudsopgave:

 

 

 

 

 

Samenstelling kerkenraad                                 Hoofdstuk 1                            

 

 

 

De werkwijze van de kerkenraad                           Hoofdstuk 2                                     

 

 

 

Verkiezing van ambtsdragers                                   Hoofdstuk 3                     

 

                              

 

Verkiezing  predikant                                                   Hoofdstuk 4                                     

 

 

 

Besluitvorming                                                                Hoofdstuk 5                                     

 

 

 

De erediensten, sacramenten en huwelijk         Hoofdstuk 6      

 

                              

 

De vermogensrechtelijke aangelegenheden

 

Kerkrentmeesterlijk                                                     Hoofdstuk 7                     

 

 

 

De vermogensrechtelijke aangelegenheden

 

Diaconaal                                                                           Hoofdstuk 8                                     

 

 

 

De vermogensrechtelijke aangelegenheden

 

Begroting, Jaarrekening, Collecterooster            Hoofdstuk 9                                     

 

 

 

Vaststelling en wijziging van de plaatselijke

 

Regeling.

 

Ondertekening                                                                               Hoofdstuk 10                                   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1. Samenstelling  van  de kerkenraad.

 

Ord. 4, art. 6

 1.       Elke gemeente heeft een kerkenraad.

2.   De kerkenraad wordt gevormd door de ambtsdragers van de gemeente.

3.     Met het oog op de vervulling van de door de kerkenraad te verrichten taken stelt de kerkenraad het aantal ambtsdragers vast met dien verstande dat in de kerkenraad alle ambten aanwezig zijn en wel naast de predikant ten minste twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, twee ouderlingen-kerkrentmeester en drie diakenen.

3.a In afwijking van lid 3 hebben in de wijkkerkenraad naast de predikant ten minste twee ouderlingen   die niet tevens kerkrentmeester zijn, een ouderling-kerkrentmeester en twee diakenen zitting.

4.     In een gemeente met minder dan 300 leden dan wel in bijzondere omstandigheden kan de kerkenraad– met medewerking en goedvinden van het breed moderamen van de classicale vergadering, na in daarvoor in aanmerking komende gevallen de evangelisch-lutherse synode te hebben gehoord – een kleiner aantal ambtsdragers vaststellen, met dien verstande dat alle ambten aanwezig zijn en in de plaatselijke regeling is voorzien op welke wijze de in de ordinanties genoemde taken worden verricht.

5.     Wanneer de helft van het aantal ambtsdragers ontbreekt of buiten functie is, bepaalt het breed moderamen van de classicale vergadering na overleg met de nog functionerende ambtsdragers en na in daarvoor in aanmerking komende gevallen de evangelisch-lutherse synode te hebben gehoord, op welke wijze de in de ordinanties genoemde taken kunnen worden verricht.

6.   De kerkenraad kan bepalen dat en in hoeverre zij die in de gemeente in een bediening zijn gesteld, als adviseur aan de vergaderingen van de kerkenraad deelnemen.

7.   De kerkenraad kan predikanten die met bijzondere opdracht aan de gemeente verbonden zijn en predikanten van de kerk die lid zijn van de gemeente benoemen tot lid van de kerkenraad.

 

 

 

1. Samenstelling kerkenraad

 

De kerkenraad. bestaat uit predikant, ouderlingen, jeugdouderlingen, diakenen en ouderling/ kerkrentmeesters.

 

De kerkenraad heeft de leiding over de gemeente en de zorg voor de dienst der barmhartigheid in het algemeen.

 

Het voorzitterschap van de kerkenraad berust in de regel bij een ouderling.

 

 

 

De kerkenraad. bestaat uit  30 ambtsdragers.en heeft de volgende samenstelling:

 

 

 

Ambt

Aantal

Verplicht minimum

(Ord 4-6-3)

 

Predikant

  

  1

       

         1

 

Ouderling

waarvan  voorzitter   1

en            scriba         1

 

15

 

         2

 

Jeugdouderling

 

  3

 

 

Ouderling-kerkrentmeester

 

  4     

 

         2

 

Diaken

 

  7

 

         3

 

Totaal

 

30

 

         8

 

 

 

 

 

2. De werkwijze van de kerkenraad

 

Ord. 4, art. 8.       Werkwijze

1. De kerkenraad komt ten minste zes maal per jaar bijeen.

2. De kerkenraad kiest uit zijn midden een moderamen bestaande uit ten minste een preses, een scriba en een assessor met dien verstande dat in elk geval een predikant deel uitmaakt van het moderamen.

3. Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de kerkenraad, de uitvoering van die besluiten van de kerkenraad waarvoor geen anderen aangewezen zijn, en voorts, onder verantwoording aan de kerkenraad, het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en van zaken die geen uitstel gedogen.

4. De kerkenraad kan zich in zijn arbeid laten bijstaan door commissies die door hem worden ingesteld en die werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de kerkenraad.

5. De kerkenraad stelt telkens voor een periode van vier jaar een beleidsplan op, na daarover overleg gepleegd te hebben met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en met alle daarvoor in aanmerking komende organen van de gemeente.

Elk jaar pleegt de kerkenraad met dezelfde colleges en organen overleg over eventuele wijziging van het beleidsplan.

Nadat de kerkenraad het beleidsplan of een wijziging daarvan voorlopig heeft vastgesteld, wordt dit in de gemeente gepubliceerd. De kerkenraad stelt de leden van de gemeente in de gelegenheid hun mening over het beleidsplan of de wijziging kenbaar te maken. Daarna stelt de kerkenraad het beleidsplan of de wijziging vast.

6. De kerkenraad maakt een regeling voor zijn wijze van werken, waarin in ieder geval wordt geregeld:

het bijeenroepen van zijn vergaderingen, de agendering, de wijze waarop de gemeente wordt gekend en gehoord, de openbaarmaking van zijn besluiten, de toelating van niet-leden van de kerkenraad tot zijn vergaderingen en het beheer van zijn archieven.

7. De kerkenraad neemt geen besluiten tot het wijzigen van de gang van zaken in de gemeente ten aanzien van:

-           het beantwoorden van de doopvragen door doopleden;

-           het toelaten van doopleden tot het avondmaal;

-           het verlenen van actief en passief kiesrecht aan doopleden;

-           de wijze van de verkiezing van ambtsdragers;

-           het zegenen van andere levensverbintenissen dan een huwelijk van man en vrouw;

en ter zake van:

-           de aanduiding en de naam van de gemeente;

-           het voortbestaan van de gemeente;

-           het aangaan van een samenwerkingsverband met een andere gemeente;

-           de plaats van samenkomst van de gemeente;

-           het verwerven, ingrijpend verbouwen, afbreken, verkopen of op andere wijze vervreemden van een kerkgebouw;

zonder de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben.

Het kennen en horen dient in elk geval plaats te vinden in de vorm van een beraad in de gemeente indien het beraad in de desbetreffende ordinantie is voorgeschreven.

 

 

 

1.. Aantal vergaderingen

 

De kerkenraad vergadert elf maal per jaar.

 

 

 

2. Bijeenroepen van de vergadering

 

De vergaderingen van de kerkenraad worden tenminste  zes dagen van te voren bijeengeroepen door het moderamen, onder vermelding van de zaken, die aan de orde zullen komen (de agenda).

 

 

 

3. Verslaggeving

 

Van de vergaderingen wordt een schriftelijk verslag opgesteld, dat in de eerstvolgende vergadering door de kerkenraad wordt vastgesteld.

 

 

 

 

 

 

 

4. Openbaarmaking besluiten

 

Niet vertrouwelijke besluiten, genomen in de vergadering van de kerkenraad, worden hetzij schriftelijk in het kerkblad, hetzij door een mondelinge mededeling binnen een redelijke termijn aan de gemeente bekend gemaakt. 

 

 

 

5.  Archief

 

Het lopend archief van de kerkenraad berust bij de scriba, met inachtneming van de verantwoordelijkheid van  het college van kerkrentmeesters voor de archieven van de gemeente uit hoofde van Ord. 11-2-7 sub g.

 

 

 

6. Verkiezing moderamen

 

Het zittende moderamen doet een voorstel voor de samenstelling van het moderamen.

 

Wanneer vanuit de vergadering andere personen worden voorgesteld, zal tot een schriftelijke stemming worden over gegaan. Het moderamen bestaat uit de predikant, een ouderling-voorzitter, een ouderling-scriba, een ouderling-kerkrentmeester en een diaken. Leden van het moderamen zijn dit gedurende hun zittingsperiode.

 

 

 

7. Plaatsvervangers

 

 In de eerste vergadering in de nieuwe samenstelling van de kerkenraad na verkiezingen worden plaatsvervangers aangewezen  als voorzitter en scriba.

 

 

 

8. De gemeente kennen en horen

 

In de gevallen dat de kerkorde voorschrijft dat de kerkenraad de gemeente kent   in een bepaalde zaak en haar daarover hoort, belegt de kerkenraad een bijeenkomst met de (betreffende) leden van de gemeente, die wordt

 

§  aangekondigd in het kerkblad, dat voorafgaande aan de bijeenkomst verschijnt en

 

§  afgekondigd op tenminste twee zondagen, die aan de bijeenkomst voorafgaan.

 

In deze berichtgeving vooraf maakt de kerkenraad kenbaar over welke zaak hij de gemeente wil horen.

 

 

 

9. Toelating toehoorders tot de vergaderingen. Tot de vergaderingen van de kerkenraad kunnen gemeenteleden als toehoorder worden toegelaten, tenzij de kerkenraad besluit een zaak in beslotenheid te behandelen.

 

10. Taken van ambtsdragers       

 

De ambtsdragers hebben de ‘herderlijke zorg en het opzicht’ over de gemeente en ambtsdragers. Hiertoe kunnen ook ‘vermaan en tucht’  behoren. De leden van de gemeente worden trouw bezocht en er wordt getracht anderen voor Christus te winnen.

 

De kerkenraad. kan een zekere onderscheiding  in de werkzaamheden van de ambtsdragers aanbrengen, in die zin, dat aan sommigen van hen in het  bijzonder een taak wordt toevertrouwd, die samenhangt met of voortvloeit uit het werk van de kerk, zoals voor jeugdwerk en voor het toerusting- en opbouwwerk.

 

Ambtsdragers en kerkelijke vergaderingen hebben tot taak naar vermogen ruimte te scheppen en te laten voor initiatieven uit de gemeente, aangezien alle leden uit de gemeente de taak hebben om hun gaven aan te wenden tot vervulling van de opdracht die Christus aan zijn gemeente geeft.

 

Ambtsdragers zullen voor de uitvoering van hun bijzondere taak mede een beroep doen op en gebruik maken  van de dienst van de leden van de gemeente.

 

Ambtsdragers zullen in de eerste bijeenkomst van de kerkenraad, die zij na de bevestiging in hun ambt bijwonen, blijk geven van hun instemming met het belijden van de kerk door de ondertekening van de 3 formulieren van Enigheid.

 

Pastoraat.

 

De ouderling is de eerst verantwoordelijke voor het pastoraat in zijn/haar wijk met de predikant.

 

Ouderlingen dienen in de kerkenraad naar voren te brengen wat in hun/haar wijk leeft. Actuele pastoralia brengt hij/zij ter kennis van de kr. bij het betreffende agendapunt.

 

 

 

Bij toerbeurt is één van de ouderlingen “ouderling van dienst”. De 2e ouderling op het dienstrooster leest in de kerkenraadkamer de  afkondigingen, die door de predikant zijn gemaakt, waarna de ouderling van dienst voorgaat in gebed, waarin een zegen over de diensten wordt gevraagd. De 2e ouderling op het dienstrooster leest vervolgens in de kerk de afkondigingen en geeft het intochtslied op. De ouderling van dienst in de middag/avonddienst sluit na afloop van de dienst met dankgebed in de kerkenraadkamer.

 

In trouwdiensten hebben bij voorkeur de wijkouderling en de wijkdiaken dienst. De wijkouderling is “ouderling van dienst”. Hij bidt en dankt na de dienst in de kerkenraadkamer. Ook overhandigt hij in de dienst met een kort toepasselijk woord aan het bruidspaar de trouwbijbel.

 

In rouwdiensten hebben bij voorkeur de wijkouderling en de wijkdiaken dienst. De wijkouderling is “ouderling van dienst”. Hij bidt voor de dienst in de  kerkenraadkamer. Indien na de dienst een maaltijd volgt, sluit hij deze af met een schriftlezing en een dankgebed, indien dat gewenst wordt.

 

 

 

11. Middelen

 

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden, zoals in ordinantie 11 van de kerkorde wordt gesteld, berust bij de kerkenraad.

 

De verzorging van genoemde aangelegenheden van de gemeente van niet-diaconale aard zijn toevertrouwd aan het college van kerkrentmeesters en die van diaconale aard aan het college van diakenen.

 

 

 

12. Communicatie

 

De kerkenraad nodigt de gemeente tweemaal per jaar uitnodigen voor een gemeenteavond.

 

De wijkouderling brengt bij een nieuw ingekomene een kennismakingsbezoekje en geeft dan ter informatie een jaarboekje.

 

Verder brengt hij of zij:

 

-          na de geboorte van een kind in zijn/haar wijk een zogenaamd geboortebezoekje en spreekt indien mogelijk een dankgebed uit;

 

-          na overlijden van een naast familielid  van een gemeentelid in zijn/haar wijk een zg. condoleancebezoek;

 

-          een bezoek bij de hem/haar bekend zijnde zieken in zijn/haar wijk; met name zij die in het ziekenhuis verpleegd worden;

 

-          in de regel jaarlijks huisbezoek bij alle leden van zijn/haar wijk en sluit dit zo mogelijk af met het lezen van een gedeelte uit de Bijbel en met een dankgebed.

 

De wijkouderling en predikant bezoeken die leden uit de wijk van de ouderling die  openbare belijdenis van het geloof willen afleggen.

 

Wanneer de predikant afwezig is of in het geval dat de gemeente vacant is, moeten gemeenteleden bij ziekte en opname in het ziekenhuis contact opnemen met één van de leden van het moderamen.       

 

 

 

Het zal de kerkenraad vrijstaan de voorbereiding of afdoening van bepaalde zaken in handen te leggen van commissies uit zijn midden of in de gemeente bestaande organen.

 

Voorafgaand aan de viering van het Heilig Avondmaal legt de kerkenraad aan de kerkenraadsleden de vraag voor of er reden is elkaar onderling te vermanen, in het bijzonder in verband met de vervulling van de ambten (censura morum).

 

 

 

Aan de hand van een rooster sluit één van de ambtsdragers de kerkenraadsvergadering met dankgebed.

 

De kerkenraad benoemt een archiefbeheerder, die onder verantwoordelijkheid van het College van kerkrentmeesters zorg draagt voor het archief van de kerk.

 

 

 

In de regel schrijft de predikant de meditatie voor  “KONTAKT”. Deze moet ingeleverd zijn voor de in “KONTAKT” vermelde datum bij de redactie. De predikant schrijft eveneens  het in memoriam na een sterfgeval voor  “KONTAKT

 

 

 

3. Verkiezing van ouderlingen en diakenen

 

Ord. 3, art. 6. De verkiezing van ouderlingen en diakenen

1. Verkiesbaarheid

a. De verkiezing van ouderlingen en diakenen geschiedt uit de stemgerechtigde leden van de (wijk)gemeente.

b.  Doopleden kunnen (bij toepassing van ordinantie 3-2-3) eerst voor verkiezing in aanmerking komen, nadat de kerkenraad zich ervan vergewist heeft, met inachtneming van ordinantie 9-4-1 en 2, dat zij onder de belijdende leden kunnen worden opgenomen.

c. Slechts per geval en na instemming van de algemene kerkenraad kan een stemgerechtigd lid van een andere wijkgemeente tot ouderling of diaken verkozen worden

d. Slechts per geval en na instemming van het breed moderamen van de classicale vergadering kan een stemgerechtigd lid van een andere gemeente tot ouderling of diaken verkozen worden.

2. Aanbevelingen

Voorafgaande aan de verkiezing wordt de gemeente uitgenodigd schriftelijk en ondertekend bij de kerkenraad aanbevelingen in te dienen van personen die naar haar mening voor verkiezing in aanmerking komen.

De kandidaatstelling met het oog op de verkiezing geschiedt door de kerkenraad.

3. Verkiezingsprocedure

a. Bij de aanbevelingen wordt het ambt vermeld waarvoor de betrokkene wordt aanbevolen.

b. Als voor dat ambt geen aanbevelingen zijn binnengekomen die door tien of meer stemgerechtigde leden worden ondersteund, geschiedt de verkiezing door de kerkenraad.

c. Als voor dat ambt aanbevelingen zijn binnengekomen die door tien of meer stemgerechtigde leden worden ondersteund, maakt de kerkenraad een lijst op met de namen van hen die voor dat ambt door tien of meer stemgerechtigde leden zijn aanbevolen en die verkiesbaar zijn. De kerkenraad kan de lijst aanvullen met de namen van hen die door de kerkenraad zelf voor dat ambt worden aanbevolen.

d. Als het aantal namen op de lijst niet groter is dan het aantal vacatures voor dat ambt, worden de kandidaten door de kerkenraad verkozen verklaard.

e. Als het aantal namen op de verkiezingslijst groter is dan het aantal vacatures voor dat ambt, geschiedt de verkiezing door de stemgerechtigde leden van de gemeente.

4. Verkiezing door dubbeltallen

a. De stemgerechtigde leden van de (wijk)gemeente kunnen - telkens voor een periode van ten hoogste zes jaren - de kerkenraad machtigen om, in afwijking van lid 3,  voor elke vacature afzonderlijk een dubbeltal vast te stellen.

b. In dat geval wordt bij de aanbevelingen de vacature vermeld waarvoor de aanbevolene in aanmerking komt.

c. Als voor een bepaalde vacature niet meer dan vier aanbevelingen met de naam van dezelfde persoon worden ingediend door stemgerechtigde leden van de gemeente, kan de verkiezing door de kerkenraad geschieden.

d. Als voor die vacature vijf of meer aanbevelingen met de naam van dezelfde persoon zijn ingediend door stemgerechtigde leden van de gemeente, kan de kerkenraad de aanbevolene als deze verkiesbaar is verkozen verklaren.

e. Als de kerkenraad van de onder c en d genoemde bevoegdheid geen gebruik maakt of als voor die vacature de namen van twee of meer personen zijn ingediend die elk door vijf of meer stemgerechtigde leden van de gemeente zijn aanbevolen, stelt de kerkenraad voor deze vacature na kennisneming van de aanbevelingen een dubbeltal op, waaruit de verkiezing door de stemgerechtigde leden van de gemeente plaatsvindt.

 

 

 

1 Verkiezingsmaand

 

De verkiezing van ouderlingen en diakenen vindt jaarlijks plaats in januari..

 

 

 

2  Regels voor de verkiezing .

 

De  jaarlijkse  periodieke werving van ouderlingen en diakenen vangt aan nadat de kerkenraad het aantal vacatures  waarin moet worden voorzien heeft bepaald. De kerkenraad kan bepalen dat in een vacature voorlopig, of in het geheel niet voorzien zal worden.

 

 

 

 

 

3. Stemrecht       

 

De belijdende leden zijn stemgerechtigd. Tevens zijn de doopleden, die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, stemgerechtigd.

 

 

 

 

 

4. Verkiesbaar

 

Als ambtsdrager zijn verkiesbaar de belijdende leden en tevens doopleden van 18 of ouder  die voorafgaande aan de bevestiging tot ambtsdragers openbare belijdenis van het geloof afleggen.

 

 

 

5. Aanbevelingen uit de gemeente.

 

Bij een periodieke voorziening in vacatures voor nieuwe ambtsdragers stelt de kerkenraad de stemgerechtigde leden tijdig tevoren in de gelegenheid middels een  ondertekend opgaafformulier dat aan alle stemgerechtigden wordt uitgereikt de aandacht te vestigen op een of meer personen, die zij voor het ambt van ouderling of  diaken geschikt acht.

 

De kerkenraad bepaalt of dit ook bij tussentijdse vacatures zal geschieden.

 

 

 

6. Stembureau.

 

De kerkenraad benoemt een commissie, bestaande uit twee ambtsdragers dit onder benoeming van één van hen tot voorzitter. Deze commissie beheert de lijst waarop de namen staan van hen die na voordracht door gemeenteleden door de kerkenraad op de lijst zijn geplaatst. De voorzitter zorgt ervoor dat het aantal malen dat de naam van een kandidaat is genoemd, nauwkeurig wordt aangetekend.

 

 

 

7. Voorgedragenen.

 

De lijst van voorgedragen kandidaten wordt gevolgd in volgorde van het aantal keren dat een persoon is voorgedragen, tenzij de kerkenraad anders besluit in een individueel geval.

 

Het aantal personen dat vervolgens in kennis wordt gesteld van hun voordracht is gelijk aan het aantal vacatures voor de verschillende ambten. Dit gebeurt door de wijkouderling, respectievelijk wijkdiaken of jeugdouderling.

 

Indien een voorgedragene bezwaar maakt de benoeming op te volgen, moet hij dit na de ontvangst van de kennisgeving gemotiveerd  meedelen.

 

Vervolgens wordt een volgende kandidaat op de lijst in kennis gesteld van de voordracht, enz., totdat de vacatures zijn vervuld.

 

 

 

8. Goedkeuring.

 

De kerkenraad draagt de naam van de benoemden op de eerste en tweede zondag na de benoeming,  aan de gemeente voor, teneinde haar goedkeuring met het oog op hun bevestiging te verkrijgen.

 

.

 

9. Bezwaren.

 

Bezwaren vanuit de gemeente tegen de bevestiging van een benoemde of tegen de gevoerde procedure moeten uiterlijk twee weken na de tweede afkondiging schriftelijk bij de kerkenraad ingediend worden Zo spoedig mogelijk nadat er een bezwaar is ingediend besluit de kerkenraad, zo nodig na een samenspreking met de benoemde en het bezwaarde gemeentelid, of het bezwaar al dan niet wettigt dat de benoeming ongedaan wordt gemaakt.

 

De scriba doet binnen een week schriftelijk mededeling van het besluit aan de benoemde en het gemeentelid.

 

Indien de kerkenraad heeft besloten dat de benoeming ongedaan wordt gemaakt, brengt hij dit ter kennis van de gemeente.

 

Indien niet tot overeenstemming kan worden gekomen, kan de kerkelijke weg bewandeld worden.

 

10. Bevestiging

 

Nadat de termijnen voor het indienen van bezwaren verstreken zijn, zonder dat er gebruik  gemaakt is van, of hierop besloten is dat de benoeming niet ongedaan zal worden gemaakt, geschiedt de bevestiging van de benoemden bij een periodieke verkiezing op een door de kerkenraad te bepalen zondag in mei of juni en bij een tussentijdse bevestiging zo spoedig mogelijk.

 

Zo nodig kan, indien er, hetzij van de benoemde, hetzij uit de gemeente bezwaar tegen de benoeming of de bevestiging van een is gemaakt, met de bevestiging van de anderen gewacht worden, totdat de kerkenraad het bezwaar ongegrond heeft verklaard en zelfs totdat er, nadat de benoeming ongedaan is gemaakt, een nieuwe benoeming heeft plaats gehad.

 

 

 

11.Duur ambtstermijn

 

Ord. 3-7                De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen

1. De eerste ambtstermijn van ouderlingen en diakenen is in de regel vier jaar. Zij zijn telkens terstond als ambtsdrager herkiesbaar, voor een per geval vast te stellen termijn van tenminste twee jaar en ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat zij niet langer dan twaalf aaneengesloten jaren ambtsdrager kunnen zijn.

2. Zij die niet terstond herkiesbaar zijn, zijn eerst na afloop van een tijdvak van elf maanden na de datum waarop hun ambtstermijn volgens het rooster van aftreden verstreken is, verkiesbaar.

3. Indien een ambtsdrager is afgevaardigd naar een meerdere vergadering of als ambtsdrager zitting heeft in een regionaal of generaal college, kan de kerkenraad de ambtstermijn verlengen tot het einde van de termijn waarvoor deze als afgevaardigde is aangewezen of als lid is benoemd.

4. De kerkenraad stelt voor de ouderlingen en de diakenen een rooster van aftreden vast. Wanneer het gaat om de vervulling van een tussentijds ontstane vacature, handelt de kerkenraad met betrekking tot de datum van aftreden naar bevind van zaken.

5. Aftredende ambtsdragers houden zo mogelijk in de kerkenraad zitting tot hun opvolgers zijn bevestigd, doch in elk geval niet langer dan zes maanden na de datum waarop hun ambtstermijn volgens het rooster van aftreden verstreken is.

6. In de plaatselijke regeling voor de verkiezing van ambtsdragers wordt vastgesteld in welke maand de verkiezing van ouderlingen en diakenen wordt gehouden.

 

 

 

De ambtstermijn van de ambtsdragers bedraagt vier jaren. Deze periode vangt aan met hun bevestiging en eindigt (behalve bij overlijden, ontheffing of afzetting) met de bevestiging van hun opvolgers. Bij tussentijdse benoeming eindigt het eerste dienstjaar met de eerstvolgende periodieke bevestiging. De kerkenraad kan de periode met tweemaal 4 jaar verlengen. De aftredende ambtsdragers zijn na 2 jaar herkiesbaar. Indien de kerkenraad dit in het welzijn van de gemeente raadzaam acht, kan hij besluiten van deze regel af te wijken.in een vergadering, waarin tenminste tweederde van de leden aanwezig is.

 

De kerkenraad doet op een door hem te bepalen wijze mededeling aan de gemeente van de redenen, die tot een dergelijk besluit genoopt hebben.

 

 

 

4. Verkiezing van predikanten

 

Ord. 3, art. 4.       De verkiezing van predikanten

1. Voor de verkiezing tot predikant van een gemeente komen in aanmerking zij die in de Protestantse Kerk in Nederland tot het ambt van predikant beroepbaar zijn.

2. Predikanten voor gewone werkzaamheden zijn pas beroepbaar wanneer zij ten minste vier jaar de gemeente waaraan zij verbonden zijn, hebben gediend.

Afwijking hiervan is slechts mogelijk met instemming van het breed moderamen van de classicale vergadering van de classis waartoe de gemeente behoort waaraan de betrokken predikant verbonden is.

3. Een predikant kan niet binnen twee jaar voor de tweede maal worden beroepen in dezelfde vacature.

3a. Een predikant tegen wiens vervulling van het ambt ernstige bezwaren zijn gerezen, kan – indien deze bezwaren door het bevoegde college voor het opzicht in behandeling zijn genomen – geen beroep in overweging nemen zolang die behandeling niet onherroepelijk is geëindigd.

4. De kandidaatstelling met het oog op de verkiezing geschiedt door de kerkenraad. De kerkenraad van een wijkgemeente verricht de kandidaatstelling tezamen met de algemene kerkenraad in een gezamenlijke vergadering, waarbij elke van beide kerkenraden met de kandidatuur dient in te stemmen.

5. De verkiezing van een predikant vindt plaats in een door de kerkenraad belegde vergadering van de stemgerechtigde leden van de gemeente.

Gaat het om de verkiezing van een predikant die als predikant voor gewone werkzaamheden verbonden zal worden aan een wijkgemeente, dan geschiedt de verkiezing door de stemgerechtigde leden van de wijkgemeente.

6. Voor het geval dat de kerkenraad één kandidaat ter verkiezing aan de gemeente voorstelt, is een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte geldige stemmen vereist om deze gekozen te kunnen verklaren.

7. In een gemeente met meer dan 200 stemgerechtigde leden kan - met medewerking en goedvinden van het breed moderamen van de classicale vergadering - in de in artikel 2-1 bedoelde regeling worden bepaald dat in afwijking van het in lid 5 voorgeschrevene de verkiezing van de predikant geschiedt door de kerkenraad.

8. In afwijking van het bepaalde in dit artikel geschiedt in een gemeente met wijkgemeenten de verkiezing van een predikant met een bepaalde opdracht ten behoeve van de gemeente in haar geheel die niet tevens aan een wijkgemeente verbonden wordt, door de algemene kerkenraad. Deze predikant maakt als boventallig lid deel uit van de algemene kerkenraad.

9. De kerkenraad maakt de naam van de gekozene aan de gemeente bekend om haar goedkeuring te verkrijgen met het oog op de beroeping.

10. Bezwaren tegen de gevolgde verkiezingsprocedure kunnen worden ingebracht door stemgerechtigde leden van de gemeente en dienen uiterlijk vijf dagen na deze bekendmaking schriftelijk en ondertekend bij de kerkenraad te worden ingediend.

11. De kerkenraad zendt het bezwaarschrift binnen veertien dagen - onverminderd zijn verantwoordelijkheid te proberen zelf het bezwaar weg te nemen - door naar het regionale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen, dat terzake een einduitspraak doet.

 

 

 

1. Algemeen

 

De kerkenraad bepaalt ,nadat de gemeente hierover in een gemeentevergadering is gehoord, of wordt overgegaan tot het beroepen van een predikant.

 

 

 

2. Profielschets.

 

De kerkenraad stelt een profielschets op waarin wordt aangegeven waaraan de te beroepen predikant moet voldoen en stelt deze na het horen van de gemeente in een gemeentevergadering, vast.

 

 

 

3. Beroepingscommissie.

 

De kerkenraad stelt een beroepingscommissie samen, waarin alle geledingen binnen de gemeente zo evenredig mogelijk worden vertegenwoordigd.

 

De beroepingscommissie benoemt uit hun midden een voorzitter en een secretaris.

 

De beroepingscommissie bepaalt haar eigen werkwijze en meldt de voortgang regelmatig aan de kerkenraad.

 

De schriftelijke voordracht van te beroepen predikant(en) aan de kerkenraad komt geheel of zoveel mogelijk overeen met de profielschets.

 

Bij de voordracht door de commissie wordt naar unanimiteit gestreefd. De voordracht dient in ieder geval de instemming te hebben van tweederde van het aantal commissieleden.

 

 

 

4. Gemeentevergadering.

 

Indien tweederde deel van de kerkenraad instemt met de voordracht wordt er een gemeentevergadering belegd, waarin de voordracht aan de stemgerechtigde leden wordt voorgelegd.  Deze vergadering en de uitnodiging om te stemmen wordt minimaal tien dagen van te voren aan de gemeente kenbaar gemaakt door de kerkenraad

 

 

 

5. Verkiezing.

 

De verkiezing van een predikant vindt in de gemeentevergadering plaats.

 

Behoudens in het geval van een duidelijke blijk van unanimiteit wordt door de aanwezige stemgerechtigde leden schriftelijk gestemd.

 

Een predikant wordt geacht te zijn verkozen wanneer tweederde van de aanwezige stemgerechtigde leden zich hiervoor hebben uitgesproken.

 

 

 

6. Bezwarenprocedure.

 

Bezwaren tegen de gevolgde verkiezingsprocedure kunnen worden ingebracht door stemgerechtigde leden van de gemeente en dienen uiterlijk 5 dagen  na de bekendmaking van de uitslag schriftelijk en ondertekend bij de kerkenraad te worden ingediend.

 

De kerkenraad  zend het bezwaarschrift binnen veertien dagen - onverminderd zijn verantwoordelijkheid te proberen zelf het bezwaar weg te nemen - door naar het regionaal college voor de behandeling van bezwaren en geschillen, dat terzake een uitspraak doet.

 

 

 

5. Besluitvorming.

 

Ord. 4, art. 5  Besluitvorming

1.  In alle kerkelijke lichamen worden besluiten steeds na gemeenschappelijk overleg en zo mogelijk met eenparige stemmen genomen.

Blijkt eenparigheid niet bereikbaar, dan wordt besloten met meerderheid van de uitgebrachte stemmen, waarbij blanco stemmen niet meetellen.

2.  Stemming over zaken geschiedt mondeling tenzij om schriftelijke stemming wordt gevraagd. Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan is het voorstel verworpen.

3.  Stemming over personen geschiedt schriftelijk.

Wanneer er niet meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, kan mondeling worden gestemd als niemand van de aanwezige leden tegen mondelinge stemming bezwaar maakt.

Indien één kandidaat wordt voorgesteld en de stemmen staken, vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan is de kandidaat niet verkozen.

Indien er meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, zijn van hen verkozen diegenen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht en die de meerderheid van de uitgebrachte stemmen hebben behaald, tot het aantal vacatures dat vervuld moet worden.

Indien voor een vacature geen van de kandidaten een meerderheid heeft behaald, vindt een herstemming plaats tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen behaalden.

Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan beslist het lot.

4.  Geen besluiten kunnen worden genomen indien niet ten minste de helft van het aantal leden zoals dit voor het kerkelijk lichaam is vastgesteld, ter vergadering aanwezig is.

Wanneer in een vergadering het quorum niet aanwezig is, kan ten aanzien van een op die vergadering ingediend voorstel een besluit worden genomen op een volgende vergadering die ten minste twee weken later wordt gehouden, ook wanneer dan het quorum niet aanwezig is.

5.Voor besluitvorming in een vergadering met stemgerechtigde leden van de gemeente zijn de leden 1 tot en met 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij in de plaatselijke regeling anders is voorzien.

 

 

 

1. Algemeen.

 

Besluiten worden steeds genomen na gemeenschappelijk overleg en zo mogelijk met eenparige stemmen genomen.

 

Blijkt eenparigheid niet bereikbaar, dan wordt besloten met meerderheid van de uitgebrachte stemmen, waarbij blanco stemmen niet meetellen.

 

 

 

2. Stemming over zaken.

 

Stemming over zaken geschiedt mondeling tenzij om schriftelijke stemming wordt gevraagd.

 

Staken de stemmen dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan is het voorstel verworpen.

 

 

 

3. Stemming over personen

 

Stemming over personen geschiedt schriftelijk.

 

Wanneer er niet meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, kan mondeling worden gestemd als niemand van de aanwezige leden tegen mondelinge stemming bezwaar maakt. Indien één kandidaat wordt voorgesteld en de stemmen staken, vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan is de kandidaat niet verkozen.

 

Indien er meer kandidaten zijn dan die verkozen moeten worden, zijn van hen verkozen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht en die de meerderheid van de uitgebrachte stemmen hebben behaald, tot het aantal vacatures dat vervuld moet worden.

 

Indien voor een vacature geen van de kandidaten een meerderheid heeft behaald, vindt een herstemming plaats tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen behaalden.

 

Staken de stemmen dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer dan beslist het lot.

 

 

 

 

 

 

 

4. Quorum.

 

Geen besluiten kunnen worden genomen indien niet tenminste de helft van het aantal leden zoals dit voor het kerkelijk lichaam is vastgesteld, ter vergadering aanwezig is.

 

Wanneer in een vergadering het quorum niet aanwezig is, kan ten aanzien van een op die vergadering ingediend voorstel een besluit worden genomen op een volgende vergadering dien tenminste twee weken later wordt gehouden ook wanneer dan het quorum niet aanwezig is.

 

 

 

5. Overeenkomstig van toepassing

 

Voor besluitvorming in een vergadering met stemgerechtigde leden van de gemeente zijn  de leden 1,2 en 3  van overeenkomstige toepassing.

 

 

 

6. De erediensten,  sacramenten en huwelijk

 

 

 

1. De erediensten.

 

 

 

Ord. 5 artikel 1  De eredienst

3. Tijd, plaats en aantal van de kerkdiensten worden vastgesteld door de kerkenraad.

 

 

 

Elke zondag gaat de deur twee keer als uitnodiging open om in gemeenschap te luisteren naar Gods Woord, te zingen, te bidden en te leren.

 

De morgendiensten vangen aan om 10.00 uur  De avondendiensten  om 19.00 uur

 

De diensten worden gehouden in het kerkgebouw aan het Jan Wintersdijkje te Hollandscheveld.

 

 

 

2. Toelating tot de doop.

 

 

 

Ord. 6 artikel 2 De toelating tot de doop

4. De kerkenraad bepaalt of doopvragen door doopleden mogen worden beantwoord. De kerkenraad neemt een besluit tot wijziging van het beleid ter zake niet dan na de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben.

 

 

 

Om een kind te laten dopen moet in elk geval één van de ouders belijdend lid zijn.

 

Wij staan de kinderdoop voor.

 

Doopaanvragen moeten worden gedaan aan de predikant en  kan in principe elke zondag

 

Voorafgaand aan de doopplechtigheid wordt er door de predikant en de wijkouderling met de ouders een doopgesprek gehouden Hierbij wordt o.a. naar de motieven gevraagd van het laten dopen van het kind.

 

 

 

3. Toelating tot het Avondmaal

 

Ord. 7 artikel 2 De toelating tot het avondmaal

De kerkenraad bepaalt of alleen belijdende leden of ook doopleden aan het avondmaal kunnen deelnemen.

De kerkenraad neemt een beslissing tot wijziging van het beleid ten aanzien van de deelname aan het avondmaal niet dan na beraad in de gemeente, tot deelname waaraan de leden van de gemeente worden uitgenodigd.

 

 

 

Aan het avondmaal delen wij in de volle gemeenschap met Jezus Christus en de gemeente. Of anders gezegd: in het avondmaal wordt de gemeenschap met Jezus Christus en zijn gemeente, die ons in de doop is beloofd, vervult.

 

Leden die openbare belijdenis van het geloof hebben afgelegd kunnen deelnemen aan het avondmaal. Het zijn dan ook de belijdende leden die tot het avondmaal worden uitgenodigd.

 

Ook gasten die belijdend lid zijn van andere kerkgenootschappen kunnen deelnemen.

 

Het  avondmaal vindt in de ochtenddienst plaats in de banken en in de avonddienst voorin de kerk aan tafel.

 

Het avondmaal wordt vier keer in het jaar gevierd in de beide zondagse diensten. Ook wordt gelegenheid geboden om met gemeenteleden die niet meer naar de kerk kunnen gaan thuis avondmaal te vieren. In de 2e dienst is er de dankzegging. Voorafgaande aan de viering is er de week van voorbereiding op het avondmaal. In de kerkenraad wordt Censura Morum gehouden.

 

 

 

4. Huwelijk.

 

Uitsluitend huwelijken tussen een man en een vrouw worden ingezegend, dan wel wordt er een dienst van Woord en Gebed gehouden voor Gods aangezicht. 

 

 

 

Aanvragen voor inzegening van een huwelijk moeten ruimschoots voor de gewenste datum worden gedaan aan de predikant.  Deze voert één of meerdere gesprekken met hen die de inzegening van hun huwelijk hebben aangevraagd.

 

 

 

Tenminste drie zondagen voorafgaande aan de kerkdienst waarin het huwelijk wordt ingezegend, wordt dit bekendgemaakt door middel van een afkondiging in een zondagse kerkdienst en een aankondiging in het Kontakt

 

 

 

Indien geen gegronde bezwaren tegen de inzegening zijn ingebracht, zal deze op de vastgestelde datum doorgang vinden.

 

 

 

7. De vermogensrechtelijke aangelegenheden  Kerkrentmeesterlijk

 

Ord. 11, art. 2 Het college van kerkrentmeesters

1. De ouderlingen-kerkrentmeester vormen tezamen met de kerkrentmeesters als bedoeld in lid 3 het college van kerkrentmeesters.

2. Het college van kerkrentmeesters bestaat uit ten minste drie leden.

De meerderheid van het college van kerkrentmeesters bestaat uit ouderlingen-kerkrent­meesters.

3. De kerkrentmeesters die geen ouderling zijn, worden door de kerkenraad uit de leden van de gemeente benoemd nadat hun namen zijn voorgedragen aan de gemeente om haar goedkeuring te verkrijgen. Zij kunnen in de gemeente niet tegelijkertijd een ambt dragen.

4. Ten aanzien van de kerkrentmeesters die geen ouderling zijn, is van overeenkomstige toepassing hetgeen voor ambtsdragers bepaald is ter zake van de zittingstijd, de mogelijkheid bezwaar te maken tegen de benoeming, het opzicht en de behandeling van bezwaren en geschillen.

5. Het college van kerkrentmeesters wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan.

De voorzitter is een van de ouderlingen-kerkrentmeester.

Het college van kerkrentmeesters draagt er zorg voor dat de boekhouding en het middelenbeheer niet in één hand zijn.

6. Indien aan de besluitvorming van het college van kerkrentmeesters minder dan drie leden deelnemen, is een besluit van het college slechts rechtsgeldig,

a. wanneer, bij deelname door twee kerkrentmeesters, één ambtsdrager, daartoe aangewezen door de kerkenraad, aan de besluitvorming heeft deelgenomen en

b. wanneer, bij deelname door één kerkrentmeester, twee ambtsdragers, daartoe aangewezen door de kerkenraad, aan de besluitvorming hebben deelgenomen.

7. Het college van kerkrentmeesters heeft tot taak:

a. het in overleg met en in verantwoording aan de kerkenraad scheppen en onderhouden van de materiële en financiële voorwaarden voor het leven en werken van de gemeente door:

- het meewerken aan de totstandkoming van het beleidsplan, de begroting en de jaarrekening van de gemeente overeenkomstig het bepaalde in ordinantie 4-7-1 en het bepaalde in de artikelen 6 en 7;

- het zorg dragen voor de geldwerving;

- het zorg dragen voor het beschikbaar zijn van ruimten voor de eredienst en de andere activiteiten van de gemeente;

en voorts

b. het beheren van de goederen van de gemeente;

c. het verzorgen van het, in het beleidsplan en de begroting geformuleerde, personeelsbeleid;

d. het zorgdragen voor de arbeidsrechtelijke aangelegenheden van hen die krachtens arbeidsovereenkomst bij de gemeente werkzaam zijn op niet-diaconaal terrein;

e. het fungeren als opdrachtgever van kosters en beheerders van gebouwen en ander beherend en administratief personeel dat op arbeidsovereenkomst in dienst van de gemeente werkzaam is;

f. het bijhouden van de registers van de gemeente, het doopboek, het  belijdenisboek en - indien aanwezig - het trouwboek;

g. het beheren van de archieven van de gemeente;

h. het beheren van de verzekeringspolissen.

Met het oog op deze taak kan de ouderling-kerkrentmeester worden vrijgesteld van

- het toerusten van de gemeente tot het vervullen van haar pastorale en missionaire roeping en

-               de herderlijke zorg.

8. Het college van kerkrentmeesters blijft bij het beheren van en beschikken over de aan hem toevertrouwde vermogenrechtelijke aangelegenheden van de gemeente binnen de grenzen van het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan en van de door de kerkenraad vastgestelde begroting.

9. Voorafgaande instemming van de kerkenraad is nodig voor rechtshandelingen betreffende: -  het verkrijgen, bouwen, ingrijpend verbouwen, uitbreiden of restaureren, verhuren, bezwaren, verkopen of op andere wijze vervreemden en afbreken van een gebouw of een orgel, beide in gebruik ten behoeve van de eredienst of anderszins van belang voor het leven en werken van de gemeente;

- het aangaan van verplichtingen waarin niet bij vastgestelde begroting is voorzien;

- het aanvaarden van erfstellingen of schenkingen onder last of voorwaarde;

diaconaal terrein waaraan voor de gemeente financiële gevolgen verbonden zijn welke niet bij vastgestelde begroting zijn voorzien.

Ord. 11, art. 5. Rechtspersoonlijkheid en vertegenwoordiging

1. De gemeente heeft rechtspersoonlijkheid.

De gemeente wordt in vermogensrechtelijke aangelegenheden van niet-diaconale aard vertegenwoordigd door de voorzitter en de secretaris van het college van kerkrentmeesters tezamen.

 Het college van kerkrentmeesters wijst voor elk van beiden uit zijn midden of uit de kerkenraad een plaatsvervanger aan.

3. In alle aangelegenheden wordt de gemeente vertegenwoordigd door de preses en de scriba van de kerkenraad tezamen. De kerkenraad wijst voor elk van beiden uit zijn midden een plaatsvervanger aan.

 

 

 

 

 

1. Samenstelling

 

Het college van kerkrentmeesters bestaat uit  7 personen

 

Van de 7 kerkrentmeesters zijn er 4 ouderling-kerkrentmeester.

 

De overige  3  zijn geen ouderling en geen lid van de kerkenraad.

 

 

 

Lid van het College kunnen alleen zijn belijdende leden, die niet onder censuur staan, tenminste 21 jaar en niet een arbeidsovereenkomst hebben met de kerk.

 

Zij worden benoemd voor een periode van vier jaar.

 

Leden, niet zijnde ouderling-kerkrentmeester kunnen eenmaal herbenoemd worden voor een periode van vier jaar.

 

2. Vergadering.

 

Het college van kerkrentmeesters vergadert  maandelijks volgens een vastgesteld jaarrooster. De secretaris maakt in overleg met de voorzitter de agenda, zorgt voor de verslaglegging, voert de correspondentie en houdt het archief bij, samen met de archiefbeheerders.

 

3. Taken.

 

Voor de taken van Het college van kerkrentmeesters stelt de kerkenraad een regeling van het college van kerkrentmeesters op.

 

Het college stelt een huishoudelijke regeling op waarin de werkwijze van het college wordt vastgelegd  en past deze naar behoefte aan.. De kerkenraad wordt en exemplaar van deze regeling verstrekt en van elke wijziging op de hoogte gesteld

 

 

 

4.  Verkiezing, voorzitter, secretaris en penningmeester

 

De verkiezing van de voorzitter, secretaris en penningmeester geschiedt voor de duur van de individuele zittingsperiode.

 

 

 

4. Plaatsvervangers

 

De secretaris vervangt bij diens afwezigheid de voorzitter. Indien de secretaris ook afwezig is, vervangt de  penningmeester de voorzitter.

 

 

 

 5. De bevoegdheden van de penningmeester

 

De penningmeester is bevoegd betalingen te doen namens de gemeente, met in achtneming van het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan en de begroting, tot een maximaal bedrag van …………….  euro per betaling.

 

Voor betalingen boven dit bedrag zijn voorzitter en penningmeester of secretaris en penningmeester gezamenlijk bevoegd.

 

Bij afwezigheid of ontstentenis van de penningmeester treedt de voorzitter op als diens plaatsvervanger.

 

 

 

6. Financieel beleid: Gebouwenbeheer: Onderhoudsbeleid: Veiligheid:  Kerkelijk bureau: Communicatie: Archiefbeheer

 

 

 

6.1 Algemeen:

 

Het college van kerkrentmeesters is verantwoordelijke voor alle stoffelijke zaken binnen onze kerk met uitzondering van die zaken welke op zending,evangelisatie en diaconie betrekking hebben. Daarnaast treedt het College van Kerkrentmeesters op als werkgever van hen die in dienst zijn van de kerk voor anders dan ambtelijk werk.een eventueel in dienst zijnde de koster(es) en verzorgt gedeeltelijk het traktement van de predikant.

 

 

 

 Vrijwilligers.Voor de uitvoering van veel taken maakt het College gebruik van vrijwilligers Dit zijn leden van onze kerk die elk op hun eigen wijze en met de hen toevertrouwde talenten zich inzetten bij velerlei activiteiten op kerkelijk gebied

 

 

 

6.2. Finacieel beleid.

 

Continuïteit: het uitvoeren van de (kern)taken die in het beleidsplan staan, vindt op een verantwoorde manier plaats. Het college van kerkrentmeesters heeft de verantwoordelijkheid voor het voeren van een gezond financieel beleid. Dit beleid is doorslaggevend voor de omvang van activiteiten en investeringen in de toekomst. Het altijd kunnen voldoen aan de aangegane verplichtingen, zowel op korte als op lange termijn, zal de grenswaarde zijn van de minimale financiële positie. Dit houdt in dat alle activiteiten en investeringen vooraf worden getoetst op effecten op de financiële positie. Hierbij worden de volgende uitgangspunten in acht genomen:

 

Een gemiddeld positieve exploitatie; de bijdragen “levend geld”worden aangewend voor (toekomstige) verplichtingen; bijdragen “levend geld”moeten substantieel blijven. Positieve exploitatiesaldi worden aangewend en toegevoegd aan het onderhoudsfonds; de huidige bezittingen mogen hypothecair worden belast om grootschalige renovatie te kunnen financieren.

 

Geldverwerving: Het College zal de leden van de gemeente op doeltreffende wijze opwekken tot het geven van een periodieke bijdrage voor de kerk.

 

Zij zorgt ervoor dat de bedragen en de andere inkomsten van de kerk op tijd worden geïnd.

 

Op voorstel van en in overleg met het College kan de kerkenraad hiervoor één of meer hulpcommissies benoemen.

 

 

 

De leden van het College en allen die uit hoofde van het ondersteunen van de commissie kennis hebben van de bijdragen zijn tot geheimhouding verplicht.

 

Van de hierop betrekking hebbende administratie of schriftelijke stukken zal zij alleen inzage geven aan degene, die dit volgens een schriftelijke volmacht van de kerkenraad verlangt.

 

6.3. Gebouwenbeheer. Het college van kerkrentmeesters  is verantwoordelijk voor het onderhouden en schoonhouden van alle onroerende zaken (gebouwen en terreinen) Daar waar mogelijk wordt dit bij voorkeur uitgevoerd met behulp van vrijwilligers. Afhankelijk van de werkzaamheden kan of moet er gekozen worden om dit door derden te laten doen, met als voorkeur bedrijven uit onze eigen gemeente.Het college draagt er zorg voor dat  het kerkgebouw en Concordia kunnen functioneren naar hun beider doelstelling. De kerk voor erediensten en Concordia voor alle activiteiten die in de gemeente plaatsvinden en waarvoor Concordia wordt gebruikt. Zij maakt daarover afspraken met een eventueel in dienst zijnde koster cq. coördinatoren kerk en Concordia en legt dit vast in een taakomschrijving.

 

Voor het gebouwenbeheer geldt dat dit wordt gedaan aan de hand van een  compleet onderhoudsplan voor de kerk en de andere gebouwen van de gemeente. In het plan staat beschreven welk onderhoud op welk moment moet worden uitgevoerd. Met dit onderhoudsplan worden toekomstige kosten al inzichtelijk gemaakt, zodat reserveringen kunnen worden gedaan en eventuele noodzakelijke acties kunnen worden opgestart.

 

6.4. Veiligheid: Ten aanzien van de veiligheid stelt het college zich ten doel blijvend te voldoen aan alle veiligheidseisen die van overheidswege worden opgelegd teneinde een veilig gebruik van onze kerk te waarborgen.

 

6.5. Kerkelijk bureau.                                                                                                               De ledenadministratie berust bij het kerkelijk bureau. Het College van kerkrentmeesters stelt de medewerkers van het kerkelijk bureau in staat om de taken naar behoren te kunnen verrichten. Het College  van kerkrentmeesters ziet toe op een zorgvuldige en correcte uitvoering.

 

Het kerkelijk bureau heeft tot doel het registreren, bewaken en optimaal bijhouden van de ledenadministratie, evenals een aantal overige taken wat betreft de informatievoorziening aan de gemeente en kerkenraad. Mutaties vanuit de wijken moeten tijdig door de leden zelf en de ouderlingen worden doorgegeven. Van de gemeenteleden wordt verwacht dat ze bij geboorte, overlijden, verhuizing, huwelijk en attestaties het kerkelijk bureau hiervan in kennis stellen.

 

6.6 Communicatie.                                                                                                                      In de gemeente worden er verschillende communicatiemiddelen gebruikt. Elk met een eigen functie om het Woord van God te verspreiden en hulp te bieden bij de gemeente om naar elkaar om te zien. Het kerkblad “KONTAKT”is daarbij een belangrijk communicatiemiddel. Dit verschijnt 2 keer per maand. (tijdens de zomermaanden juli en augustus 1 x)

 

Om de gemeente optimaal te voorzien van informatie, over bijvoorbeeld wie we zijn en wat we gaan doen is er een website (www.gereformeerdekerkhollandscheveld.nl) gemaakt. Deze doet dienst als informatieverstrekker en informatieontvanger. Deze website wordt beheerd onder verantwoordelijkheid van het College van Kerkrentmeesters.

 

 

 

Tijdens de diensten kunnen kerkgangers de liturgie via de beamerpresentatie volgen evenals de  mensen die thuis met de kerk verbonden zijn. Zij kijken en luisteren mee via de kerk tv

 

Voor de uitvoering is er een commissie, bestaande uit vrijwilligers.  Het College van Kerkrentmeesters draagt zorg voor de continuïteit..

 

 

 

7. Archiefbeheer.

 

Onze kerk kent een archiefbeheer. Enkele gemeenteleden zijn hiermee belast. Met enige regelmaat kijken ze wat in het archief bewaard moet worden. Een deel van het archief is opgeslagen in een kluis in Assen. Belangrijke stukken worden daar bewaard en zo beschermd tegen mogelijke bijzondere omstandigheden zoals brand.

 

Het archiefbeheer staat onder verantwoordelijkheid van het College van Kerkrentmeesters. Zij zorgt zo nodig voor opvolging van de huidige beheerders.

 

 

 

8. De vermogensrechtelijke aangelegenheden  Diaconaal.

 

Ord. 11, art. 3. Het college van diakenen

1. De diakenen vormen tezamen het college van diakenen. Het college van diakenen bestaat uit ten minste drie leden.

2. Het college van diakenen wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan. Het college van diakenen draagt er zorg voor dat de boekhouding en het middelenbeheer niet in één hand zijn.

3. Indien aan de besluitvorming van het college van diakenen minder dan drie leden deelnemen, is een besluit van het college slechts rechtsgeldig,

a. wanneer, bij deelname door twee diakenen, één ambtsdrager, daartoe aangewezen door de kerkenraad, aan de besluitvorming heeft deelgenomen en

b. wanneer, bij deelname door één diaken, twee ambtsdragers, daartoe aangewezen door de kerkenraad, aan de besluitvorming hebben deelgenomen.

4. Het college van diakenen heeft tot taak:

a. het in overleg met en in verantwoording aan de kerkenraad scheppen en onderhouden van de materiële en financiële voorwaarden voor de door de gemeente te verrichten diaconale dienst door:

- het meewerken aan de totstandkoming van het beleidsplan, de diaconale begroting en de diaconale jaarrekening overeenkomstig het bepaalde in ordinantie 4-7-1 en het bepaalde in de artikelen 6 en 7;

- het zorg dragen voor de geldwerving ten behoeve van de diaconale arbeid van de gemeente;

en voorts

b. het beheren van de goederen van de diaconie;

c. het verzorgen van het, in het beleidsplan en de diaconale begroting geformuleerde, personeelsbeleid;

d. het zorgdragen voor de arbeidsrechtelijke aangelegenheden van hen die krachtens arbeidsovereenkomst bij de diaconie werkzaam zijn;]

e. het fungeren als opdrachtgever van hen die op arbeidsovereenkomst in de gemeente op diaconaal terrein werkzaam zijn;

f. het beheren van verzekeringspolissen.

5. Het college van diakenen blijft bij het beheren van en beschikken over de aan hem toevertrouwde vermogensrechtelijke aangelegenheden binnen de grenzen van het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan en de door de kerkenraad vastgestelde begroting.

6. Voorafgaande instemming van de kerkenraad is nodig voor:

- het aangaan van verplichtingen waarin niet bij vastgestelde begroting is voorzien;

- het aanvaarden van erfstellingen of schenkingen onder last of voorwaarde;

- het oprichten van of deelnemen aan een stichting;

- het voeren van processen voor de overheidsrechter en het aangaan van overeenkomsten om geschillen op een andere wijze tot een oplossing te brengen.

7. Het college van diakenen is bevoegd diaconale steun te verlenen aan personen, organen, kassen, fondsen, instellingen en rechtspersonen in binnen- en buitenland.

Uitsluitend in zeer bijzondere gevallen, zulks ter beoordeling van het regionale college voor de behandeling van beheerszaken en nadat ter zake toestemming is verkregen van dit college, kan het college van diakenen besluiten diaconale gelden beschikbaar te stellen voor niet-diaconaal werk van de gemeente.

8. De kerkenraad neemt alleen in overleg met het college van diakenen beslissingen waaraan voor de diaconie van de gemeente financiële gevolgen verbonden zijn welke niet bij vastgestelde begroting zijn voorzien

Ord. 11, art. 5. Rechtspersoonlijkheid en vertegenwoordiging

2. De diaconie van de gemeente heeft rechtspersoonlijkheid. Het college van diakenen is het bestuur van de diaconie.

De gemeente wordt in vermogensrechtelijke aangelegenheden van diaconale aard vertegenwoordigd door de diaconie. De diaconie van de gemeente wordt vertegenwoordigd door de voorzitter en de secretaris van het college van diakenen tezamen. Het college van diakenen wijst voor elk van beiden uit zijn midden of uit de kerkenraad een plaatsvervanger aan.

 

 

 

1. Samenstelling

 

Het college van diakenen bestaat uit  6  personen

 

2. Vergadering. Het college van diakenen vergadert om de zes weken aan de hand van een jaarlijks vastgesteld vergaderrooster. De secretaris maakt in overleg met de voorzitter de agenda, zorgt voor de verslaglegging, voert de correspondentie en houdt het archief bij,

 

 3. Taken.

 

Voor de taken van Het college van diakenen stelt de kerkenraad een regeling van het college van diakenen op. Het college van diakenen stelt een huishoudelijke regeling op, waarin de werkwijze van het college wordt vastgelegd  en past deze naar behoefte aan.. De kerkenraad wordt en exemplaar van deze regeling verstrekt en van elke wijziging op de hoogte gesteld

 

 

 

4.  Verkiezing, voorzitter, secretaris en penningmeester

 

De verkiezing van de voorzitter, secretaris en penningmeester geschiedt voor de duur van de individuele zittingsperiode.

 

 

 

5. Plaatsvervangers

 

De secretaris vervangt bij diens afwezigheid de voorzitter. Indien de secretaris ook afwezig is, vervangt de  penningmeester de voorzitter.

 

 

 

 6. De bevoegdheden van de penningmeester

 

De penningmeester is bevoegd betalingen te doen namens de gemeente, met in achtneming van het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan en de begroting, tot een maximaal bedrag van …………….  euro per betaling.

 

Voor betalingen boven dit bedrag zijn voorzitter en penningmeester of secretaris en penningmeester gezamenlijk bevoegd.

 

Bij afwezigheid of ontstentenis van de penningmeester treedt de voorzitter op als diens plaatsvervanger.

 

9. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – begrotingen, jaarrekeningen, collecterooster

 

Ord. 11, art. 6. De begrotingen en het collecterooster

1. Elk jaar plegen het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen met de kerkenraad en met alle daarvoor in aanmerking komende organen van de gemeente overleg over de in samenhang met het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan op te stellen begrotingen en het collecterooster van het komende kalenderjaar.

2. Vóór 1 november dienen het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen hun ontwerpbegrotingen bij de kerkenraad in, vergezeld van een door hen in onderling overleg opgesteld gemeenschappelijk ontwerpcollecterooster.

3. Indien de kerkenraad wijzigingen wil aanbrengen in de ontwerpbegrotingen overlegt hij met het betrokken college over de voorgenomen wijziging. Indien over de wijziging geen overeenstemming wordt verkregen, vraagt de kerkenraad bemiddeling van het regionale college voor de behandeling van beheerszaken. Eerst na bemiddeling van het regionale college neemt de kerkenraad een definitief besluit.

4. Nadat de kerkenraad de begrotingen voorlopig heeft vastgesteld, worden deze in samenvatting in de gemeente gepubliceerd en tevens gedurende een week in haar geheel voor de leden van de gemeente ter inzage gelegd. De kerkenraad stelt de leden van de gemeente in de gelegenheid hun mening over de begrotingen kenbaar te maken op de wijze die in de regeling voor de wijze van werken van de kerkenraad is aangegeven. Daarna stelt de kerkenraad de begrotingen en het collecterooster vast.

5. Indien een kerkenraad wijzigingen wil aanbrengen in de vastgestelde begroting is het bepaalde in lid 3 en 4 van overeenkomstige toepassing.

Ord. 11, art. 7. De jaarrekeningen

1. Het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen leggen elk jaar vóór 1 mei hun ontwerpjaarrekeningen over het laatst verlopen kalenderjaar aan de kerkenraad voor.

2. Deze jaarrekeningen worden in haar geheel of in samenvatting in de gemeente gepubliceerd en tevens gedurende een week in haar geheel voor de leden van de gemeente ter inzage gelegd. De kerkenraad stelt de leden van de gemeente in de gelegenheid hun mening over de jaarrekeningen kenbaar te maken. op de wijze die in de regeling voor de wijze van werken van de kerkenraad is aangegeven.

3. Daarna stelt de kerkenraad de jaarrekeningen vast, hetgeen strekt tot decharge van de kerkrentmeesters respectievelijk de diakenen inzake het door hen gevoerde beheer, tenzij de kerkenraad een voorbehoud maakt, of het regionale college voor de behandeling van beheerszaken nader overleg wenst.

4. Elk jaar wordt vóór de vaststelling van de jaarrekeningen de financiële administratie van de gemeente en van de diaconie gecontroleerd door een door de kerkenraad aan te wijzen registeraccountant of accountant-administratieconsulent dan wel twee andere onafhankelijke deskundigen.

 

 

 

 Procedure behandeling begrotingen en collecterooster

 

1. Indiening  bij de kerkenraad.

 

Ieder jaar voor 15 oktober dienen het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen hun ontwerpbegrotingen in bij de kerkenraad en doen deze vergezellen van een door hen in onderling overleg opgesteld gemeenschappelijk collecterooster.

 

Deze worden in de kerkenraadsvergadering van oktober voorlopig vastgesteld.

 

 

 

2.Gemeentevergadering.

 

De leden worden in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken over begroting, in een daartoe door de kerkenraad te beleggen gemeentevergadering.

 

De uitnodiging hiervoor en de agenda worden gepubliceerd in het kerkblad. Daarnaast wordt dit afgekondigd op twee zondagdagen voorafgaand aan de vergadering.

 

 

 

3.Publicatie.

 

Om de leden in de gelegenheid te stellen kennis te nemen van de begrotingen worden deze voorafgaand aan de gemeentevergadering gepubliceerd in het kerkblad.

 

 

 

Procedure behandeling jaarrekeningen

 

 

 

1. Indiening  bij de kerkenraad.

 

Ieder jaar voor 15 maart dienen het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen hun jaarrekeningen in.

 

Deze worden in de kerkenraadsvergadering van maart voorlopig vastgesteld.

 

 

 

2.Gemeentevergadering.

 

De leden worden in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken over begroting, in een daartoe door de kerkenraad te beleggen gemeentevergadering.

 

De uitnodiging hiervoor en de agenda worden gepubliceerd in het kerkblad. Daarnaast wordt dit afgekondigd op twee zondagdagen voorafgaand aan de vergadering.

 

 

 

3. Publicatie

 

Om de leden in de gelegenheid te stellen kennis te nemen van de begrotingen worden deze voorafgaand aan de gemeentevergadering gepubliceerd in het kerkblad.

 

 

 

10. Vaststelling en wijziging van de plaatselijke regeling

 

Ordinantie 4-7-2

 

De regelingen ten behoeve van het leven en werken van de gemeente worden vastgesteld en gewijzigd na de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben en na overleg met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en de organen van de gemeente voor zover een regeling op het functioneren van zulk een college of orgaan rechtstreeks betrekking heeft.

Deze regelingen zijn ten minste:

- de regeling voor de verkiezing van ambtsdragers;

- de regeling voor de wijze van werken van de kerkenraad;

- de regeling voor het beheer van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de

gemeente.

Deze regelingen worden na vaststelling of wijziging ter kennisneming toegezonden aan het

breed moderamen van de classicale vergadering en in geval van een evangelisch-lutherse

gemeente tevens aan de evangelisch-lutherse synodale commissie.

 

 

 

 

 

 

 

Voorgelegd aan de gemeente op de gemeentevergadering op ……………………………………..

 

 

 

Besproken en vastgesteld in de kerkenraadsvergadering op ………………………………………

 

 

 

 

 

Preses                                                                                                    Scriba

 

Geert Schonewille                                                                                        Gerrit Veneberg.